Haast vierhonderd golfbanen, heel wat onuitwisbare herinneringen…
Sorry Boss...
Penha Longa in Portugal. Een absolute topbaan. Twee flights. Eentje met de mannen en eentje met onze echtgenotes.
Toen we op de tee stonden, kwam er een Oosters type met een buggy aanrazen. Een opvallend iemand met een groene short, een paars bloemenpolo en een meer dan opzichtige overgrote golfbag in alle kleuren van de regenboog. Hij wou zich voorbij ons gezelschap wringen, maar ik hield hem op.
“Wij hebben nu tee time en nadien zijn onze dames aan de beurtâ€, keek ik hem stoer aan. De man knikte. Deed ook wat we van hem gevraagd hadden. Op de green van de vijfde hole, een par 5, vielen we op de nek van een andere Japanner die voor ons gestart was. Ik stelde hem voor om eventueel op zijn landgenoot te wachten die ook alleen aan het spelen was.
Ik wees hem die persoon aan die, samen met onze dames, op de tee stond.
De Japanner werd met de klap nog bleker. “Dat is de eigenaar van het resort…†deed hij Oosters neerbuigend en sneed een deel van het parcours af. Wat de achteropkomende Japanner na een tijdje ook deed.
Flater dus van mij, wat een flatertje werd toen de eigenaar van het resort ons, na onze snelle ronde, een drankje aanbood.
Daar kon iemand pochen dat hij op de slothole een drive van vierhonderd meter geslagen had. Zijn bal lag op die par 5, die wat meer dan 400 meter lang is, pal voor de green. Hij had bij zijn drive, die normaal met moeite 160 meter haalt, het buggypad genomen. Het werd echter â€maar†een par.






















